Nieuw is een lijst met
Signaleerders
Nieuwe informatie over de cursus "Signaleren
en begeleiden van beelddenkers"
Denken
is denken.
Bewerkt naar Drs. P.C. Ojemann
Groningen, 1993
In
1955 signaleerde ik dat er meerdere wijzen van denken mogelijk
zijn. Denkprocessen, als vormen van informatie verzamelen vanuit
de verschillende zintuigen: visuele, auditieve en motorisch
kinesthetische ervaringen.
-
Denken
in symbolen: woorden uitgaande van karakteristieke kenmerken
van waarnemingen (talig denken) .
-
Denken
in beelden: modellen uitgaande van een natuurgetrouwe
weergave van waarnemingen (beeldend denken).
-
Denken
in bewegingen: handelingen uitgaande van nadoen van
waarnemingen (handelend denken).
Wanneer beelddenken een visueel analoog denkproces is, is
het te vergelijken met taaldenken als auditief symbolisch
proces.
Wij denken allemaal, wij doen allemaal ervaringen op. Wij
winnen allemaal informatie in en dat verwerken wij allemaal tot
kennis. Om tot kennis, bewuste en bruikbare kennis, tot weten te
komen, verbinden wij minstens twee, soms meerdere vormen van
informatie verzamelen en informatie verwerking tot één
informatieproces van denkhandelen.
Alle
denkprocessen verlopen afhankelijk van de aard van het zintuig
waarmee de informatie wordt ingewonnen en de wijze waarop het
denkhandelen zich bij voorkeur voltrekt (het zintuig gebonden
denken). Daarbij kunnen alle vormen van denkhandelen elkaar
ondersteunen.
Alle
denkprocessen, dus alle vormen van informatieverzameling en
verwerking worden in code in geheugens opgeslagen om op het
juiste moment weer terug te halen en eventueel opnieuw te
bewerken om als kennis, als weten ter beschikking te komen.
Alle
geheugencodes zijn wel zintuig afhankelijk, maar vormen voor
alle zintuigen samen één geheel. Daardoor is het mogelijk
bijvoorbeeld te zeggen wat je ziet en te zien wat je hoort. Je
kan in woorden lezen, tekst lezen, maar je kan woorden in
beelden omzetten zonder de “woorden” te lezen
(anticiperend lezen).
De verschillende vormen waarin het denkhandelen zich
voltrekt ontwikkelen zich altijd leeftijdsovereenkomstig: van
concreet naar een zekere vorm van abstractie afhankelijk van de
samenwerking van twee of meer zintuigen en is bovendien door
aanleg en cultuur bepaald.
Er
kan genetisch een voorkeur zijn voor bepaalde vormen van
denkhandelen, we spreken dan van vermogens. Echter, zijn die
erfelijke vormen, zoals beeld-denken, strijdig met de
bestaande culturele voorkeuren voor bepaalde vormen van
denkhandelen, zoals talig-denken, en zo een eis tot volledige
deelname in deze samenleving, dan kunnen vermogens in de
bestaande situatie tegelijkertijd onvermogens betekenen.
Beeld-denken
is in het huidige cultuurpatroon strijdig met talig-denken en
wordt als pathologisch ervaren, en daarmee in het huidige
onderwijssysteem een handicap, wat leidt tot stress en
frustratie, onbegrip en eenzaamheid. Kan het anders?